Schriftlezing (Bijbel in gewone taal) Matt. 25: 14-18
Hier is nog een voorbeeld, zei Jezus: Een man gaat op reis. Hij roept zijn dienaren bij zich, en geeft hen de opdracht om voor zijn geld te zorgen. De ene dienaar krijgt een miljoen, de tweede een half miljoen en de derde honderdduizend De heer geeft elke dienaar het bedrag dat bij hem past. Dan gaat hij op reis.
De dienaar die een miljoen gekregen heeft, gaat meteen aan het werk. Hij handelt met het geld en verdient er een miljoen bij. De dienaar die een half miljoen gekregen heeft, doet hetzelfde. En hij verdient er een half miljoen bij. Maar de dienaar die honderdduizend gekregen heeft, graaft een gat in de grond. En hij verstopt het geld van zijn heer.